Alles over atletiek
 
 Atletiek is leuk


















































Atletiekonderdelen

De meeste onderdelen bij atletiek worden beoefend tijdens atletiekwedstrijden op een speciale atletiekbaan. In de winter wordt dan uitgeweken naar indoorbanen. Daarnaast zijn er onderdelen die gehouden worden op de weg, het open veld en soms in het bos. Sommige lange looponderdelen vinden op de weg plaats, maar beginnen en eindigen op de atletiekbaan.

De atletiekonderdelen worden onderverdeeld in looponderdelen, springonderdelen en werponderdelen. Ook worden sommige onderdelen gecombineerd in meerkampen. Er zijn momenteel 24 Olympische atletiekonderdelen.

Bij de looponderdelen is er onderscheid tussen de gewone looponderdelen, het hindernislopen, de estafettes en het snelwandelen. Al loopnummers worden gehouden over vele verschillende afstanden. De sprint voor de jongste pupillen is meestal 40 meter lang, terwijl voor de senioren 100 meter de gebruikelijke afstand is. Indoor kunnen de afstanden afwijken, omdat er rekening gehouden moet worden met de indeling van de zaal. De korste afstanden zijn hier 30 meter, terwijl senioren vaak 60 meter sprinten.

Atletiek kent vier verschillende springonderdelen: dit zijn verspringen, hoogspringen, polsstokhoogspringen en hink-stap-springen. Het verspringen en hoogspringen wordt al door de jongste atleten gedaan, terwijl het polsstokhoogspringen en hink-stap-springen pas bij de junioren begint.

De werponderdelen die beoefend worden zijn: kogelstoten, discuswerpen, speerwerpen, kogelslingeren, balwerpen en gewichtwerpen. Balwerpen wordt alleen gedaan door de pupillen, ter voorbereiding op het speerwerpen. Gewichtwerpen is minder bekend en wordt vaak door de masters (vereranen) gedaan.